De Giraffe

De Giraffe

Onze uitgangspunten zijn plezier, ontwikkeling, fantasie en respect. Zij zijn de basis van het pedagogisch handelen van onze medewerkers. Ook zijn deze uitgangspunten terug te zien in onze accommodaties, inrichting en materialen, het dagritme en de activiteiten. Vanuit emotionele veiligheid en plezier gaat je kind op ontdekkingstocht. De hersenen van jonge kinderen staan klaar om miljoenen verbindingen te maken. We prikkelen ze door je kind op verschillende ontwikkelingsgebieden ervaringen te geven. Zo maken we van elke dag een bijzondere, afwisselende dag.child_1.png
1 Pedagogisch beleid
Het pedagogisch beleidsplan geeft in grote lijnen weer wat u van het kinderdagverblijf kunt verwachten. Kinderen die een kinderdagverblijf bezoeken krijgen te maken met twee verschillende aspecten: De wereld thuis en de wereld van het kinderdagverblijf. Daarom is het belangrijk dat ouders op de hoogte zijn en blijven van wat er op het kinderdagverblijf gebeurt en welke uitgangspunten en regels er gehanteerd worden. Dit pedagogische beleidsplan maakt het opvoedkundig werken binnen het kinderdagverblijf zichtbaar en toetsbaar.
2 Doelstelling
Het bieden van kleinschalige en professionele kinderopvang in huiselijke en warme sfeer. Het is onze bedoeling de kinderen veiligheid en geborgenheid te bieden en ze vanuit dat oogpunt de kans te geven goede hechtingsrelaties aan te gaan zowel met volwassen als andere kinderen. Ook is het belangrijk dat de kinderen zich, door het aanbieden van de juiste materialen, verder kunnen ontwikkelen.
3 Algemene Visie
– Ontwikkeling van Kinderen
Ieder kind is anders en ontwikkelt zich anders en in zijn eigen tempo. Een kind behoort geaccepteerd te worden zoals hij is. Een kind heeft veiligheid en geborgenheid nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot een zelfstandige stabiele volwassene. Een kind moet zich in zijn omgeving vertrouwd en veilig voelen en heeft liefde, geborgenheid en respect van zijn omgeving nodig.
Alleen dan kan die ontwikkeling volledig tot zijn recht komen.
– Opvoeden
Een kind leert door te kijken en te doen. Als volwassene heb je dus de taak altijd het goede voorbeeld te geven. Ook leert een kind van veel positieve aandacht. Positieve aandacht zorgt ervoor dat een kind het ‘goede’ gedrag zal herhalen. Negatieve aandacht moet zoveel mogelijk worden voorkomen, maar is niet uit te sluiten. Er zijn wel degelijk grenzen waar de kinderen zich aan moeten houden.
Ook heeft een kind een grote behoefte aan duidelijkheid. Dit gebeurt door het hanteren van een dagindeling en door het stellen van regels. Dit geeft de kinderen houvast en een gevoel van veiligheid. Wij vinden het belangrijk consequent te zijn in het hanteren van de regels. Ja is ja en nee is nee en niet misschien.
4 Pedagogische basisdoelen
– Sociale veiligheid
Het vertrouwen en de mogelijkheden die het kind in de groep krijgt om zichzelf te ontplooien. Een kind moet zich veilig en prettig voelen, pas dan zal het zich voluit kunnen ontplooien. Hiervoor is het belangrijk dat er een goede relatie is tussen de leidster en het kind, warmte en betrokkenheid en een aandachtige omgang met elkaar.
– Sociale competentie
Dit betekent bijvoorbeeld het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. De interactie met leeftijdsgenootjes, het deel zijn van een groep en deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leefomgeving voor het opdoen van sociale vaardigheden. Hiervoor is het belangrijk dat wij:
– zorgen voor positieve ervaringen in de omgang met andere kinderen. De pedagogisch medewerkster speelt hierin een belangrijke rol, zij moet beschikken over de vaardigheden om de contacten tussen kinderen in goede banen te leiden.
– zorgen voor de mogelijkheid om samen te zijn met vertrouwde pedagogisch medewerksters en bekende leeftijdsgenootjes.
– Persoonlijke competentie
Dit betekent het eigen maken van persoonskenmerken bijvoorbeeld veerkracht, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Bij jonge kinderen zijn vooral ontdekken, spel en het meedoen aan zinvolle dagelijkse activiteiten middelen om persoonlijke competenties te ontwikkelen. Dit willen we bieden o.a. door:
– Zorgen voor een juiste inrichting van ruimte en aanbod van spel zodat er gelegenheid en uitdaging is om tot spel te komen of mee te die aan zinvolle dagelijkse activiteiten.
– Zorgen voor een goede ondersteunende rol van leidsters bij het uitlokken en begeleiden van spel.
– Zorgen voor het aanwezig zijn van bekende leeftijdgenootjes, goede relaties met leeftijdsgenootjes bevorderen de kwaliteit van hun uitwisselingen en van hun spel.
– Overdracht van normen en waarden
Het aanleren van waarden en normen vinden wij een erg belangrijk onderdeel van de opvoeding. Respect voor elkaar en voor elkanders spullen is daar een voorbeeld van. De leidsters zullen onder alle omstandigheden daarin het goede voorbeeld geven en corrigeren indien nodig. Door het gedrag en reacties van de leidsters leren de kinderen de grenzen van goed en slecht, van anders en van mogen en moeten.
– Hygiëne
Van kleins af aan leren wij de kinderen hoe ze moeten omgaan met hygiëne. Hiervoor stellen wij een aantal simpele regels. De kinderen wordt geleerd bijvoorbeeld niet alleen hun handen te wassen als ze zichtbaar vies zijn maar ook voor het eten en na het toiletbezoek. Ook zijn er voldoende tissues aanwezig zodat kinderen hun snotneusjes kunnen afvegen, of dit laten doen door de leidster (afhankelijk van de leeftijd van het kind)
– Omgaan met zindelijkheid
Zodra een kind interesse krijgt voor het zindelijk worden wordt hierop ingespeeld. Kinderen worden dan bijvoorbeeld bij het verschonen van de luier op het potje of het op toilet gezet om ze er aan te laten wennen. Het is belangrijk dat ouders ook aangeven wanneer ze er thuis mee beginnen zodat wij daar ook op in kunnen spelen.
– Eten
Eten doen we allemaal samen aan tafel. Het moet een gezellig moment van samenzijn van de dag zijn. Van de kinderen wordt wel verwacht dat ze netjes hun bordje leegeten en aan tafel blijven zitten totdat we allemaal klaar zijn.
– Dagindeling
Elke dag is anders, en vooral de kleinsten bepalen hun eigen ritme. Voor de wat grotere kinderen zijn er een aantal vaste momenten op de dag. Om half 10 gaan we gezamenlijk fruit eten, daarna mogen ze vrij spelen of er is een activiteit. Om half 12 gaan we samen een boterham eten en daarna gaan de kinderen die blijven slapen naar bed. Rest mag weer vrij spelen. Om half drie gaan we met zijn allen aan tafel drinken met fruit of een cracker erbij.
– Slapen
De jongste kinderen slapen volgens hun eigen ritme. De oudere kinderen slapen in principe tussen 12.30 en 15.00, al naar gelang hun behoefte. Er wordt geprobeerd de kinderen in een vast bedje te laten slapen. Ook wordt er rekening gehouden met de slaap gewoontes van thuis. Speentjes en knuffels mogen mee naar bed, maar daarna gaan ze weer in de tas.
– Wennen
Wij hanteren geen vaste wenperiode. Ieder kind is anders en daarom maken wij afspraken met de ouders over de wenperiode die afgestemd zijn op de behoeften van het kind.
– Activiteiten
Zodra het weer het toelaat gaan we regelmatig buitenspelen met de kinderen of een eindje wandelen. Ook zijn we dagelijks te vinden in onze eigen speeltuin. Binnen mogen de kinderen grotendeels zelf bepalen wat ze willen ondernemen. Wij bepalen dit niet van tevoren voor de kinderen, maar we kijken naar hun spel en spelen daarop in. Bijvoorbeeld: een kindje wil graag kleuren. Het kind krijgt dan de gelegenheid dit te doen. Vaak mond het er dan op uit dat meerdere kinderen uit de groep gaan kleuren en dit geeft ons de gelegenheid bijvoorbeeld met de kinderen erover te praten wat ze hebben getekend of wat er op de kleurplaat staat, het verkennen van de belevingswereld van het kind.